Overslaan en naar de inhoud gaan Skip to footer Skip to search Skip to menu

Studiekosten

VERPLICHTE KOSTEN 

Les- en cursusgeld 
De hoogte van het wettelijk les- en cursusgeld wordt door de overheid vastgesteld. Het innen van dit geld wordt centraal geregeld door de DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) van het Ministerie van OC&W. Een schooljaar begint officieel op 1 augustus. Wie óp 1 augustus 18 jaar of ouder is, moet voor dat schooljaar het wettelijk les- en cursusgeld betalen. Ben je op dat moment jonger dan 18 jaar, dan hoef je geen wettelijk les- of cursusgeld te betalen. De onderstaande bedragen zijn vastgesteld voor 2023-2024 en is een richtlijn voor 2024-2025. 

Lesgeld BOL-opleiding 
Het wettelijk lesgeld wordt rechtstreeks aan de student gefactureerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het lesgeld bedraagt voor mbo BOL niveau 1 t/m 4  € 1.357,-.  

Lesgeld voltijds vavo-opleiding 
Het wettelijk lesgeld wordt rechtstreeks aan de student gefactureerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het lesgeld bedraagt voor vavo voltijds € 1.357,-.  

Cursusgeld BBL-opleiding 
Het cursusgeld kan betaald worden via iDEALnet, de webshop van van school, waarna de school zorgt voor de afdracht aan het ministerie van OC&W. Het wettelijk cursusgeld bedraagt: 
niveau 1 en 2: € 270,- 
niveau 3 en 4: € 654,- 

Opleidingsgebonden schoolkosten (voor rekening van school) 
Het grootste deel van de opleidingsgebonden schoolkosten komt voor rekening van de school. Dit zijn de kosten die noodzakelijk zijn om de studenten in staat te stellen het onderwijs te volgen en het diploma te behalen. Zo moeten wij zorgen voor leslokalen, praktijklokalen, apparatuur, machines, softwarelicenties voor gebruik binnen het opleidingsprogramma, tentamens, examens en herkansingen, ouderavonden, opleidingsinformatie, schoolpas, administratiekosten. Ook verbruiksmaterialen zoals hout, metaal, papier, ingrediënten voor de koksopleiding komen voor onze rekening. Evenals de introductiedagen, werkweken en excursies die een verplicht onderdeel van het onderwijsprogramma zijn. Dus onderwerpen die nodig zijn om de opleiding te volgen en het diploma te behalen. 

Opleidingsgebonden leermiddelen (verplicht; voor rekening van student) 
Daarnaast komt een deel van de opleidingsgebonden schoolkosten voor rekening van de student. Dit zijn de kosten van zaken waarover de student dient te beschikken voor het volgen van de opleiding en waarover de student zelf verantwoordelijkheid draagt. Hierin hoeft de school dan ook niet te voorzien. Het gaat met name om onderwijsbenodigdheden in de zin van leermateriaal zoals studieboeken, licenties voor computerprogramma’s die in de plaats komen van studieboeken, agenda, rekenmachine, laptop, werkkleding en werkschoenen, kopieerkaart/kopie en printkosten. Deze materialen zijn nodig voor het verwerven van de gevraagde competenties van de opleiding, het behalen van het diploma en zijn (en blijven) eigendom van de student. In een aantal gevallen is het mogelijk om deze leer- en gebruiksmaterialen via school aan te schaffen. De afname via school is niet verplicht. De student mag deze benodigde materialen ook zelf elders aanschaffen.